print pagina

07-06-2011 :Brandstoftoeslag

Brandstoftoeslagen vormen volgens de Consumentenbond een bron van verwarring en irritatie bij consumenten. De bond wil daarom dat hier een eind aan komt: “Schommelingen in de brandstofkosten behoren tot het normale bedrijfsrisico van een luchtvaartmaatschappij en horen dus gewoon in de prijs van een vliegticket of pakketreis.”
President-directeur Peter Hartman van KLM vindt dat de Consumentenbond zich schuldig maakt aan populisme met hun actie. “Er moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen feiten en fictie. Het is niet juist dat wanneer je een ticket boekt en betaalt bij KLM, je daarna nog kunt worden geconfronteerd met een naheffing op de brandstoftoeslag. De Consumentenbond realiseert zich waarschijnlijk niet dat de consument niet is gebaat bij deze actie. Ik vind het erg jammer dat de Consumentenbond niet zorgvuldiger communiceert. Het effect van de stijgende olieprijzen kun je iedere week zien bij de pomp, maar daar komt de bond toch ook niet tegen in het geweer?”

Hartman meent in tegenstelling tot de Consumentenbond dat de fluctuerende olieprijs niet tot het gewone bedrijfsrisico van KLM kan worden gerekend. “Niemand weet wat de prijs van de brandstof is over een paar maanden. Speculatie op grondstoffen drijft de kosten van kerosine omhoog, de prijs van olie wordt niet bepaald door vraag en aanbod. Voor het eerst in de geschiedenis overstijgen de brandstofkosten binnen de Air France-KLM groep de kosten van arbeid. Air France-KLM was in het boekjaar 2010-2011 ruim een miljard euro meer kwijt aan brandstof dan een jaar eerder. Dan kun je niet meer spreken van een normaal bedrijfsrisico. Het ligt dus veel genuanceerder dan de Consumentenbond doet voorkomen.”
Voor alle duidelijkheid: wie een KLM-vlucht boekt via een touroperator of reisagent kan totdat de ticketing plaatsvindt worden geconfronteerd met een naheffing van de brandstoftoeslag. Dit is dus de verantwoordelijkheid van de reisorganisatie of het reisbureau en niet van KLM.

Geen gelijke tred met olieprijs
Al in de editie van oktober 2008 besteedden wij in Zakenreis aandacht aan het fenomeen brandstoftoeslag. Door de verschillende verhogingen en verlagingen vanaf de invoering in 2004 af te zetten tegen het verloop van de olieprijs, blijkt dat deze nog altijd geen gelijke tred houden. In mei 2004, bij de introductie van de brandstoftoeslag door KLM, bedroeg de prijs van een vat ruwe olie gemiddeld 36 dollar. In mei 2011 was dat 111 dollar, drie keer zoveel. De brandstoftoeslag van KLM steeg in diezelfde periode voor Europese vluchten van 4 euro naar 35 euro (bijna negen keer zoveel), op intercontinentale vluchten tot negen uur van 4 euro naar 115 euro (29 keer zoveel) en van 4 euro naar 125 euro voor ICA-vluchten langer dan negen uur (31 keer zoveel). De brandstoftoeslag is dus veel sneller gestegen dan de olieprijs. Het is logisch dat deze constatering vraagtekens oproept bij de passagier en travel manager. Volgens een woordvoerster van KLM komt het verschil doordat het aanvankelijke bedrag van 4 euro veel lager is dan de daadwerkelijke brandstofkosten. “KLM is ooit met dat bedrag begonnen, maar om een reële vergoeding te krijgen is het logisch dat dit bedrag snel moest worden verhoogd. Dat veroorzaakt de discrepantie.”
Verder is KLM niet meer zo toeschietelijk in haar informatievoorziening over de brandstoftoeslagen. Aanvankelijk werd in persberichten nog melding gemaakt van het feit dat wanneer de olieprijs gedurende dertig aaneengesloten dagen onder een bepaald niveau bleef, de verhoging van de toeslag ongedaan zou worden gemaakt. Die uitleg verdween al snel uit de communiqués en na het artikel in Zakenreis in oktober 2008 werden de persberichten over de brandstoftoeslagen helemaal stopgezet door KLM. “De prijs die een klant betaalt om te vliegen met KLM is altijd all-in, dus inclusief brandstoftoeslag. Die prijs wordt bepaald door de markt, door vraag en aanbod. KLM maakt daarbinnen haar eigen commerciële afwegingen. Boekt een klant een ticket via www.klm.com, dan ziet hij meteen hoeveel hij in totaal kwijt zal zijn, inclusief brandstoftoeslag en booking fee. De klant weet van tevoren dus precies wat hij moet betalen.”
Voor de individuele boeker is dit uiteraard voldoende. Maar de corporate travel manager wil die informatie over toeslagen graag langer van tevoren weten. Wijzigingen in de toeslag worden door KLM echter alleen gecommuniceerd naar reisagenten, tot grote ergernis van het reizende bedrijfsleven, zoals dat is verenigd in de Nederlandse Associatie voor Travel Management (NATM). Bestuurslid Jan van Veen is verantwoordelijk voor het in kaart brengen van de verschillende toeslagen in de luchtvaart, waaronder die voor kerosine. “Wij hebben als NATM-bestuur bij KLM aangekaart dat we graag willen dat corporate accounts met een contract op de hoogte worden gehouden van zowel structurele wijzigingen in tarieven als toeslagen. Zoals het er nu voorstaat, zal KLM bijna zeker de veranderingen in ticketprijzen rechtstreeks gaan communiceren naar hun klanten. Voor onze vraag ten aanzien van fluctuaties in toeslagen, verwijst KLM ons echter door naar de reisagent. Ik heb nog niet alle agenten gesproken, maar de tendens is dat zij voor het verstrekken van deze informatie een fee willen rekenen, omdat hun automatisering niet voorziet in deze dienstverlening. Je betaalt dus als bedrijf een toeslag om op de hoogte te worden gehouden van toeslagen. Dat is natuurlijk ridicuul.”

Bij het afsluiten van een contract met een luchtvaartmaatschappij gaat de travel manager uit van een bepaalde besparing die daardoor wordt gerealiseerd, de zogeheten voorziene opbrengst van het contract. “Wanneer tussentijds de toeslagen of tarieven worden verhoogd, heeft dat een negatieve impact op die voorziene opbrengst,” legt Van Veen uit. “Daarom zijn wij als NATM van mening dat de corporate account alle recht heeft op toegankelijke informatie over wijzigingen.”
Van Veen heeft verder zo zijn twijfels over de manier waarop brandstoftoeslagen worden vastgesteld. “Het komt wel eens voor, dat de toeslag wordt verhoogd, terwijl de olieprijs daalt. Wanneer je vraagt hoe dat kan, dan is het antwoord altijd dat de airline verlies heeft geleden door hedging, het afdekken van de brandstofbehoefte tegen een vooraf afgesproken prijs. Het blijft lastig om hier de vinger achter te krijgen.”

Toeslag dekt de lading
De troebele manier van communiceren over de doorberekening van de kerosinekosten aan de passagier, werkt insinuaties in de hand dat de toeslag de kas van de KLM spekt. Het is erg lastig om te berekenen wat precies de brandstofkosten zijn van een vliegtuig. Het hangt af van het gewicht, aantal passagiers, toesteltype, te vliegen afstand, enzovoorts. Bij benadering valt er echter wel wat over te zeggen. We gaan uit van de verbruikscijfers die Lufthansa rapporteert in haar duurzaamheidsverslag, omdat KLM ze niet uitsplitst. Vorig jaar werd er op de lange afstanden door Lufthansa 3,7 liter per 100 passagierskilometer verbruikt. Op de middellange trajecten was dat 7,45 liter. Bij een bezettingsgraad van KLM van gemiddeld 81,6 procent (afgelopen boekjaar) en op basis van een prijs van 48,5 eurocent per liter (IATA), komen we dan bijvoorbeeld op het traject Amsterdam-Delhi op 114 euro brandstofkosten per passagier. De toeslag bedraagt 115 euro, dus dat komt aardig in de buurt. Wie van Amsterdam naar Tokyo vliegt, verbruikt voor 167 euro aan kerosine, terwijl de toeslag 125 euro bedraagt. Daar staat tegenover dat Amsterdam-New York JFK 105 euro aan kerosine kost, maar de passagier betaalt 115 euro.

Op de korte afstanden zijn de verschillen groot: Amsterdam-Londen kost zo’n 6 euro aan brandstof, maar de toeslag bedraagt 30 euro. Van Amsterdam naar Milaan ligt de toeslag zo’n 15 euro hoger dan de berekende brandstofkosten. Naar Istanbul daarentegen is de brandstoftoeslag weer zo’n tientje lager dan de kerosinerekening per passagier. Nogmaals: exact vallen die brandstofkosten niet te berekenen, maar dit is een aardige indicatie. De steekproef toont aan dat de toeslagen door de bank genomen aardig overeenkomen met de brandstofrekening. Ware het niet dat dit niet het einde van het verhaal is. De prijs van een vat ruwe olie zegt namelijk niet alles, bevestigt de KLM-woordvoerster. “De hoogte van de toeslag is niet te voorspellen door alleen de olieprijs te volgen.”

Hedging
De luchtvaart zou de luchtvaart niet zijn als er niet nog een complicerende factor bij de brandstofproblematiek komt kijken, die al door Van Veen van de NATM werd genoemd: hedging, oftewel het afdekken van prijsrisico’s. Hierbij spreekt de luchtvaartmaatschappij met een daarin gespecialiseerde financiële dienstverlener een bepaalde bandbreedte af waarbinnen de kerosineprijs moet vallen. Stel dat de bandbreedte tussen de 70 en 100 dollarcent per gallon is. Wanneer de brandstofprijs hoger is dan die 100 dollarcent, is de luchtvaartmaatschappij spekkoper, want zij betaalt een lagere prijs voor haar kerosine dan de markt. Als de kerosineprijs lager is dan 70 dollarcent, lijdt de luchtvaartmaatschappij verlies en kan de financiële dienstverlener het verschil in de zak steken. “Hedging is begonnen als instrument om prijsfluctuaties enigszins beheersbaar te maken, net zoals werd gedaan met valuta,” vertelt een insider. “Er zijn jaren geweest dat luchtvaartmaatschappijen alleen maar in de zwarte cijfers belandden dankzij hedging van kerosine. Dat bleef niet onopgemerkt bij de financiële mensen bij de airlines en inmiddels is hedging verworden tot een inkomstenstroom waarmee eigenlijk meer geld valt te verdienen dan het verkopen van stoelen.”
Het verband tussen de brandstoftoeslag en de olieprijs is dus niet lineair. Het kan best zo zijn dat een luchtvaartmaatschappij de brandstoftoeslag verhoogt, terwijl de olieprijs aan het dalen is, vanwege de met hedging vastgestelde bandbreedte. Air France-KLM heeft tijdens de presentatie van de jaarcijfers laten zien wat de resultaten van hedging zijn geweest de afgelopen boekjaren (zie grafiek). Tot en met 2009 waren de resultaten positief, daarna leed de Frans-Nederlandse luchtvaartcombinatie verlies op de afgesproken prijs. Overigens wordt niet de gehele brandstofbehoefte afgedekt via hedging - voor het kalenderjaar 2011 is 53 procent gehedged. Voor de rest wordt dus de marktprijs betaald. “Als luchtvaartmaatschappij kun je tegenvallers door hedging opvangen met de brandstoftoeslag,” vertelt de expert. “Doordat je een contract voor een jaar afsluit, weet je pas achteraf wat precies het resultaat is van je hedging-activiteiten. De brandstoftoeslag hoeft dus niets te maken te hebben met wat er op dit moment gebeurt met de olieprijs. En dat maakt het er voor de passagier niet duidelijker op.”


STAAFDIAGRAM
Hedgingbeleid Air France-KLM
Jaar        Brandstofrekening        Brandstofrekening        Verschil
        voor hedging (mljd euro)    na hedging (miljd euro)
2004-2005     3,0                2,7                370 miljoen euro
2005-2006    4,5                3,6                950 miljoen euro
2006-2007    4,9                4,3                635 miljoen euro
2007-2008    5,4                4,6                855 miljoen euro
2008-2009    6,6                6,0                555 miljoen euro
2009-2010    4,1                4,7                -637 miljoen euro
2010-2011    5,6                5,7                -164 miljoen euro

Schatting kerosinekosten per passagier

Route ex AMS

Afstand in km

Toestel

Pax*

Kosten (e/pax)

Toeslag

Verschil

Delhi

6364

MD-11

233

114,1008277

115

0,899172343

Tokyo

9315

747-400

339

167,0096181

125

-42,00961811

Londen

359

737-900

154

6,436548889

30

23,56345111

Istanbul

2213

737-800

140

39,67711056

30

-9,67711056

New York

5881

777-200

259

105,4410697

115

9,558930319

Milaan

827

737-800

140

14,82737028

30

15,17262972








* bij bezettingsgraad van 81,6%








Bron: zakenreis