print pagina

05-10-2009 :Communicatie bepaalt succes

steven van der poel en rob van der stelWie het zakelijk reizen binnen de organisatie professioneel wil managen, ontkomt niet aan het opstellen van een reisbeleid. Twee A4’tjes volstaan daarbij niet, omdat er altijd zakenreizigers zijn met een niet te bedwingen neiging tot het zoeken van de mazen in de wet.

Ervaringsdeskundigen Steven van der Poel van NetApp en Rob van der Stel van DSM, beide als travel manager lid van de NATM, benadrukken dat ‘one size doesn’t fit all’. Wel is er een aantal handvatten te geven voor het inrichten van het reisbeleid. “De basisvraag is: wat vind je dat er geregeld moet worden binnen je bedrijf met betrekking tot reizen?” trapt Van der Poel af. “Daarbij is het allereerst belangrijk om de definities goed vast te leggen, anders zwemmen de medewerkers alsnog door de gaten in het net om het door jou zo zorgvuldig samengestelde beleid te ontwijken.”

Op eigen houtje opereren is niet raadzaam, waarschuwt Van der Stel. “Het management moet achter het reisbeleid staan, anders komt er niets van terecht.”

“Je hebt niet alleen management buy-in nodig, maar ook de steun van andere afdelingen,” vult Van der Poel aan. “Ga het wiel niet opnieuw uitvinden, maar benut de expertise die al in het bedrijf aanwezig is. Dit betekent wel dat je resultaten moet kunnen meten. Ga na of er überhaupt interne rapportages worden uitgebracht. Als een reisbeleid goed in elkaar steekt, kun je 10 tot 20 procent op de reiskosten besparen. Het precieze percentage hangt af van verschillende factoren. Zijn er bijvoorbeeld nu al regels en heb je een mandaat, zodat naleving van het reisbeleid kan worden afgedwongen? Door een beleid op te stellen, zijn hoe dan ook besparingen te realiseren.”

Bewustwording op gang brengen
De bedrijfscultuur speelt eveneens een belangrijke rol bij het definiëren van een reisbeleid. Is het mogelijk om sancties op te leggen als de regels niet worden opgevolgd?

“Dat klinkt heel streng,” zegt Van der Poel, “maar het kan ook een vriendelijk mailtje zijn, dat na de reis wordt gestuurd om te informeren waarom de regels zijn overtreden. Dat kan genoeg zijn om de bewustwording bij zakenreizigers op gang te brengen.”

Volgens Van der Stel zijn partners in de supply chain ook blij wanneer er een reisbeleid geldt in het bedrijf. “De travel management company hoeft dan niet op te treden als politieagent en weet precies waar hij aan toe is. Er kan immers altijd worden verwezen naar het reisbeleid.”

Zodra de parameters van het reisbeleid duidelijk zijn, kan er een gedetailleerde invulling aan worden gegeven. Voor de meeste bedrijven is luchtvaart de grootste kostenpost. Het is een ingewikkeld fenomeen, maar Van der Poel raadt toch aan elke eventualiteit te benoemen in het reisbeleid. “Voor de hand ligt natuurlijk om te behandelen wanneer in welke klasse mag worden gevlogen, of er online of offline moet worden geboekt en wat het interne autorisatietraject is. Maar ook een vraagstuk als: mag een privétrip worden gekoppeld aan een zakenreis, kan belangrijk zijn om vast te leggen. Of hoeveel mensen uit het oogpunt van de continuïteit van een en dezelfde vlucht gebruik mogen maken. Het zijn misschien geen voor de hand liggende punten, maar door schade en schande wordt men wijs. Bij NetApp hebben we bijvoorbeeld een clausule in het reisbeleid, die stelt dat onze medewerkers niet zelf het vliegtuig van een zakencharter mogen besturen. Dat lijkt overdreven, maar we zijn een Amerikaans bedrijf en er lopen aardig wat medewerkers rond met vliegbrevetten.”

Belang van goede communicatie
Uit de reacties van de aanwezige travel managers blijkt dat er grote verschillen bestaan tussen alleen al de regels over de te vliegen klasse. Een textielconcern gaat uit van economy class in Europa en business class op langere afstanden. Een ander bedrijf staat op vluchten van langer dan zes uur business class toe, daaronder vliegen de medewerkers economy class. Weer een andere organisatie laat de zakenreizigers economy class heen en business class terug vliegen, zodat ze uitgerust terugkomen. Het kan nog specifieker: een technologiebedrijf stelt economy class verplicht onder de vijf uur vliegen, tussen de vijf en acht uur mag er op nachtvluchten business class en moet er op dagvluchten economy class worden gevlogen, en boven de acht uur is het business class.

“Wat het reisbeleid ook inhoudt, je zult de medewerkers van het nut moeten overtuigen,” zegt Van der Stel. “Vraag de zakenreiziger om geld uit te geven alsof het uit zijn eigen portemonnee komt. Neem je dan ook een taxi naar Schiphol? Wij wijzen tegenwoordig bijvoorbeeld op het prijsverschil tussen vluchttijden. Een uurtje eerder weggaan kan een grote besparing opleveren.”

De gedetailleerdheid die is vereist bij het opstellen van regels voor vervoer per vliegtuig, is ook nodig voor hotels, grondtransport, visa, et cetera. Kern van het introduceren van het reisbeleid vormen de drie C’s, besluiten Van der Stel en Van der Poel. “Communiceren, communiceren, communiceren. Daar valt of staat het succes mee.”